Shop
Team Jumbo-Visma gaat brainstormen over Tourteam met ‘brede kwaliteiten’

Team Jumbo-Visma gaat brainstormen over Tourteam met ‘brede kwaliteiten’

Team Jumbo-Visma zal volgend seizoen met een selectie met ‘brede kwaliteiten’ naar de Tour de France gaan. Dat zegt sportive director Merijn Zeeman nadat vandaag het etappeschema van de Tour gepresenteerd is. “Het is een mooie en gevarieerde Tour de France. Om de Tour te winnen heb je een team nodig dat goed is op verschillende terreinen. Er zijn minder sprintkansen dan vorig jaar. Er zit elke dag wel iets in wat specifieke kwaliteiten vraagt en schiftingen kan opleveren”, aldus de sportief verantwoordelijke.

De 109e editie van La Grande Boucle start met drie etappes in Denemarken. “Het is altijd speciaal om in een ander land te starten”, aldus Zeeman. “Er is veel enthousiasme en er komen veel mensen op af. Dat hebben we bijvoorbeeld ook in Nederland gezien. Jonas Vingegaard was vorig jaar de revelatie van de Tour met zijn tweede plaats. We hebben helemaal nog niet gesproken over de samenstelling van onze ploeg, maar de kans is groot dat Jonas ernaar toe gaat. Dat zou heel speciaal zijn voor hem.”

In etappe vijf keren de kasseien terug in de Tour de France. Aan het einde van de eerste week doemen met de Vogezen en de Alpen de eerste bergketens op. In de derde week staan er nog drie zware Pyreneeënritten op het programma. Op de voorlaatste dag wordt het klassement definitief beslist met een relatief lange tijdrit van veertig kilometer, waarna de Tour traditioneel finisht op de Champs-Élysées.

Volgens Zeeman is daarmee spektakel verzekerd. “De eerste week kenmerkt zich door de tijdrit, wind en kasseien. Dat maakt het hectisch. Het gaat veel van de ploeg vragen. Als we een klimmersploeg opstellen, kun je in de eerste week al in de problemen komen. Daarna gaan we via La Planche des Belles Filles naar de Alpen. La Planche des Belles Filles is een echte scherprechter omdat de aankomst weer op het grindpad ligt. Daar kunnen net als in 2019 grote verschillen ontstaan. In de Alpen valt me op dat we twee keer de Galibier over gaan, dus we rijden daar veel op hoogte. Dan een overgang naar de Pyreneeën, met ook daar steile beklimmingen. De variatie is dat we daar ook langere beklimmingen gaan zien met een mindere stijgingsgraad. We sluiten af met een tijdrit van veertig kilometer, wat behoorlijk lang is. Het venijn zit in de staart, maar met dit parcours kunnen er ook al vroeg grote verschillen ontstaan. Het parcours is een ontzettend belangrijke factor in het wielrennen. Met de inzichten die we hebben, gaan we nu brainstormen over het team. De Tour de France is een hoofddoel, dus daar gaan we een goed plan voor maken.”

Gerelateerde updates