Profiel
Ton Leenders: 'Krachttraining is een sport op zich'

Ton Leenders: 'Krachttraining is een sport op zich'

Ton Leenders is al sinds jaar en dag niet meer weg te denken uit de Nederlandse schaatssport. Al ruim twintig jaar werkt de voormalig gewichtheffer als krachttrainer en voedingsdeskundige samen met coach Jac Orie. "Haal er veel voldoening uit om anderen te helpen op hun weg naar succes."

Je bent al 22 jaar werkzaam in het schaatsen. Hoe ben je ooit in deze sport terechtgekomen?
"In 1998 raakte ik via Arie Koops betrokken bij het Sanex-team van Rintje Ritsma, de eerste commerciële schaatsploeg. Koops was zomertrainer van de ploeg en Geert Kuiper was verantwoordelijk voor het winterprogramma. In de zomer van ’98 vroeg Koops mij om iets te vertellen over krachttraining. Ik was destijds werkzaam voor de atletiekbond, waar ik sinds 1986 actief was. Ik deed mijn praatje en na afloop vroegen ze of ik mijn verhaal wilde uitvoeren bij de ploeg. Ik besloot het te doen en sindsdien ben ik niet meer uit de schaatssport verdwenen."

Niet veel later maakte je voor het eerst kennis met coach Jac Orie.
"Jac en ik kennen elkaar al bijna twintig jaar. De eerste paar keer zagen we elkaar bij vergaderingen en meetings met coaches, maar al snel gingen we samenwerken. De Sanex-ploeg was in 2000 overgenomen door verzekeringsmaatschappij TVM en in 2000/2001 kwam Jac er als assistent-coach bij. Vanaf het eerste moment klikte het tussen ons. Het laatste jaar op weg naar de Olympische Spelen van 2002 in Salt Lake City werd voor Jac en mij een gedenkwaardig jaar. Jac was in de praktijk de belangrijkste trainer geworden en schreef bijvoorbeeld de trainingsprogramma’s van Gerard van Velde. Mijn taken waren ook duidelijk: krachttraining en voeding/suppletie. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat Van Velde olympisch goud pakte. Wat een sensatie. Vervolgens ben ik samen met Jac van de ene naar de andere commerciële ploeg gegaan."

Tegenwoordig is krachttraining een belangrijk onderdeel van het trainingsschema van de schaatsers, maar dat is lang niet altijd zo geweest, toch?
"Klopt. Toen ik voor het eerst in het schaatsen terechtkwam, werd er nog niet met de halter getraind. Aanvankelijk deden ze vooral aan fitness. Ik ben één van de mensen die de trainingsvorm met de olympische halter en gewichten naar de sport heeft gebracht. Niet alleen bij het schaatsen werd er weinig tot niks aan krachttraining gedaan. Ook bij andere sportbonden, waar ik in het verleden heb gewerkt, was dat het geval. Gek als je bedenkt dat het vandaag de dag een cruciaal onderdeel is geworden van het trainingsprogramma van verschillende sporten en helemaal in de opzet van onze ploeg. Ik durf wel te zeggen dat als je de krachttraining weghaalt, de prestaties ook uitblijven. Wij gebruiken krachttraining om ervoor te zorgen dat onze atleten efficiënter gaan bewegen. Daarnaast is krachttraining een bewezen middel om blessures te voorkomen, maar je kunt er ook heel veel mee kapot maken. Er gaat veel talent in Nederland verloren, doordat ze al kapot zijn voordat ze negentien zijn en opgepakt mogen worden door de commerciële ploegen. Schaatsers zijn vaak twintig jaar of ouder als ze bij onze ploeg terechtkomen. Dat is niet ideaal. Laat mij atleten vanaf hun veertiende of zestiende trainen en dan hebben ze de krachttraining (“wat een sport op zich is”) op hun twintigste onder de knie als het ‘echte’ werk begint en zullen zij beter bestand zijn tegen blessures. Helaas is dat in onze sport niet mogelijk."

Op basis waarvan komen de krachtprogramma’s die jij samenstelt tot stand?
"Ik heb van 1980 tot en met 1994 zelf gesport, was actief in het olympisch gewichtheffen. Gedurende mijn eigen sportcarrière heb ik er altijd alles aan gedaan om beter te worden. Ik groeide op in de tijd van de Sovjet-Unie. De atleten uit dat land waren zo goed in het olympisch gewichtheffen dat zij een voorbeeld voor mij waren. Ik ben veertien jaar van mijn leven fulltime met die sport bezig geweest. Mijn sportloopbaan speelde zich voornamelijk af in het buitenland. Ik ging trainen in de Sovjet-Unie, Duitsland, Hongarije, Bulgarije, Polen, Tsjechië. Noem maar op. Ik heb mijn beste prestaties neergezet op grote internationale wedstrijden en in de Duitse competitie, waardoor ik als het gaat om fysieke training een grote kennisvoorsprong heb op een flink aantal fysieke trainers om mij heen. Daarnaast heb ik altijd met plezier gestudeerd en doe ik dat nog steeds. Net als Jac val ik veel terug op onderzoek en lees ik veel. In het verleden draaide het om mijn eigen carrière. Nu ligt de focus op die van de atleten, maar nog altijd doe ik er alles aan om het maximale eruit te halen. Ik verslind alle (internationale) informatie die er maar te vinden is om ervoor te zorgen dat ik onze atleten beter kan maken. Daarnaast sparren Jac en ik vrijwel iedere dag over training in het algemeen, dus niet alleen het schaatsen. Door jaren met elkaar te werken, zijn we echt naar elkaar toegegroeid. Het is één lange discussie geworden. Ik sta volledig achter de meten is weten-benadering van Jac. In onze sport valt ook veel te meten, dus moet je die mogelijkheden benutten. Je kunt wel zeggen dat Jac en ik de fascinatie voor alles wat het presteren beïnvloedt gemeen hebben."

 / 

Wat maakt het vak nou zo leuk?
"Ik vind het mooi dat ik na mijn eigen carrière op deze manier nog bezig kan zijn met topsport. Hoewel ik de prestaties nu niet zelf hoef te leveren, haal ik er veel voldoening uit om anderen te helpen op hun weg naar succes. Het doet me goed als ik merk dat ik iets voor anderen kan betekenen. Soms staan sporters op het punt om te stoppen vanwege aanhoudend blessureleed. Sommigen van hen komen bij mij terecht en zijn vervolgens in een later stadium nog in staat om tot goede prestaties te komen. Turnster Lieke Wevers is daar een goed voorbeeld van. Tot ik haar leerde kennen, had ze te kampen met veel blessureleed en dreigde ze haar loopbaan vroegtijdig te beëindigen. Ik heb samen met haar keihard gewerkt aan haar fitheid en belastbaarheid en in 2014 keerde ze terug van de Europese Spelen in Bakoe met maar liefst vier medailles. Geweldig. Dat is waar je het voor doet. Ook nam ze in 2016 deel aan de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. Naast alle schaatsers van Team Jumbo-Visma begeleid ik Lieke nog steeds, net als haar tweelingzus Sanne en twee andere turnsters van de nationale selectie: Naomi Visser en Vera van Pol. Daarnaast werk ik samen met voormalig schaatsster Laurine van Riessen, die de laatste jaren is uitgegroeid tot een absolute wereldtopper bij het baanwielrennen, zo heeft ze inmiddels vier World Cups op haar naam geschreven."

Gesproken over Sanne Wevers: zij won bij de Olympische Zomerspelen van Rio de Janeiro in 2016 als eerste Nederlandse een individuele turntitel. Vier maanden later werd ze bij het NOC*NSF Sportgala verkozen tot Sportvrouw van het Jaar. In haar dankwoord sprak ze de woorden: ‘Ton, je bent echt fantastisch. Jij zorgt dat ik fit ben en mijn trainingen aankan. Dank je wel.” Wat deden die woorden met jou?
"Het was erg mooi om die blijk van waardering te krijgen. Het hele traject richting de Olympische Spelen was intensief. Zonder mijn programma had zij de Spelen niet gehaald. Sanne was, mede dankzij mij, in Rio in staat om haar lichaam optimaal te gebruiken. Dat ze uiteindelijk een olympische gouden medaille veroverde, is natuurlijk geweldig."

Laten we nog één keer terugkomen op de samenwerking met Jac. Zoals gezegd, werken jullie inmiddels bijna twintig jaar samen. Welke herinnering blijft je altijd bij?
"Dat vind ik een lastige. We hebben samen al zoveel meegemaakt dat ik er niet één ding uit kan pakken. Ik moet vooral denken aan de grappige momenten. Ik doe dit werk nu 22 jaar en in die periode zijn er bijna honderdveertig verschillende schaatsers geweest met wie ik heb samengewerkt. Ik denk dat Jac en ik veel momenten hebben meegemaakt waarbij, als we er nu aan terugdenken, we ons doodlachen. Naast het kunnen leveren van een bijdrage aan de prestaties zijn dat de zaken die het werk leuk houden en waardoor ik mezelf dit nog jaren zie doen."

Gerelateerde updates