Profiel
Bewegingswetenschapper Nico Hofman: 'De testfiets wint altijd'

Bewegingswetenschapper Nico Hofman: 'De testfiets wint altijd'

Inspanningstesten. Het is een woord dat onlosmakelijk verbonden is aan het schaatsteam van Team Jumbo-Visma. Ieder jaar worden de atleten van de ploeg van coach Jac Orie onderworpen aan tientallen fiets- en inspanningstesten. Waarom? We spraken erover met bewegingswetenschapper en fysiotherapeut Nico Hofman.

Jaarlijks worden er veel fiets- en inspanningstesten gedaan door onze ploeg. Waarom doen we dat?
"Door het afnemen van testen proberen we het hele jaar door een beeld te krijgen van hoe een individuele sporter er fysiek voorstaat. Daarnaast willen we zien of de trainingsprikkels de juiste zijn en dat we niet de kant van onder- of overbelasting opgaan. Door vaak te testen kun je makkelijker en eerder anticiperen, mocht dat nodig zijn."

Deze week trapten onze atleten een sub-maximale inspanningstest. Wat houdt dat precies in?
"Een sub-maximale inspanningstest is een perfecte manier om de lichamelijke conditie van een sporter in kaart te brengen. Het is een test die altijd in het laboratorium plaatsvindt, onder dezelfde omstandigheden. Daarbij moet je denken aan het soort fiets, de (ademhalings)apparatuur, de temperatuur van de kamer en degene die de test afneemt. Bij deze test kijken we hoe onze sporters reageren op een steeds zwaardere weerstand. Iedere paar minuten, afhankelijk van het vooraf bepaalde protocol per sporter, komt er op een gestandaardiseerde manier extra vermogen op de testfiets. Op een gegeven moment komt er een moment dat de sporter tijdens de inspanning op zijn of haar omslagpunt komt en daarna andere energiesystemen van het lichaam gaat gebruiken bij het uitvoeren van de test. Boven het omslagpunt duurt het vaak nog even voordat de verzuring de atleet de baas wordt en hij of zij de test moet afbreken, maar bij een sub-maximale inspanningstest wordt de test daarvoor vaak al gestopt door de inspanningsfysioloog, omdat de benodigde informatie al eerder bekend is. De testresultaten worden vervolgens door Jac gebruikt om per individu het trainingsschema te bepalen."

Een paar keer per jaar doen we een maximale inspanningstest. Kun je het verschil tussen beide testen uitleggen?
"Het is eigenlijk precies hetzelfde als een sub-maximale inspanningstest. Het enige verschil is dat de sporter hierbij doorgaat tot hij of zij niet meer kan. De fiets wint in dit geval dus altijd, haha. Dat een atleet zijn of haar test moet stoppen, kan verschillende redenen hebben, bijvoorbeeld verzuring van de benen of de ademhaling. Het is voor sporters niet leuk om een maximale inspanningstest te doen, dus we doen er enkele per jaar. Zoals gezegd, hebben we in veel gevallen genoeg aan de data die we krijgen bij een sub-maximale test, dus is het niet nodig om de sporters altijd voluit te laten gaan. Je wilt ze immers niet onnodig belasten. Bij onze inspanningstesten letten we tevens goed op het herstelvermogen van onze atleten. Ook dat levert relevante informatie op."

Bij deze fietstesten, maar ook regelmatig tijdens trainingen, prikken we lactaat. Waarom doen we dat?
"Lactaat is een stofje dat vrijkomt in het bloed en sterk toeneemt bij een zware inspanning. Dat dit stofje in het lichaam vrijkomt, is helemaal niet erg. Het is juist mooi dat ons lichaam het aanmaakt. Alleen kan een tijdelijke hoge lactaatwaarde vervelend worden voor bepaalde functies in het lichaam. Bij sommige trainingen wil je zien hoe hoog het lactaat oploopt, maar in de meeste gevallen wil je de lactaatwaarde beperken. Bij het checken van het lactaat tijdens een inspanning kun je zien of de atleten hun training goed uitvoeren of dat ze te gek hebben gedaan, bijvoorbeeld door bij een fietstraining als eerste op een bepaald punt te willen zijn of een zo’n hoog mogelijke gemiddelde snelheid te halen. Dat is misschien leuk, maar vaak niet handig."

Begin augustus staat bij ons trainingskamp in Wolvega ook weer de gevreesde Wingate op het programma. Wat is het doel van die test?
"Ook bij een Wingate-test is het de bedoeling dat onze atleten een maximale inspanning leveren. Hij duurt vaak ‘slechts’ dertig seconden, maar toch valt hij altijd tegen. Bij deze test geven de sporters een halve minuut alles wat ze hebben. Vervolgens kijken we naar het maximale vermogen dat zij op hun piek hebben geleverd en het gemiddelde vermogen. Jac en ik hebben in een wetenschappelijke publicatie aangetoond dat een resultaat op een Wingate-test in de zomermaanden heel goed de prestatie van een professionele schaatser op een 1500 meter in de wintermaanden kan voorspellen."

Is het aantal fietstesten dat onze ploeg doet de laatste jaren toegenomen, afgenomen of hetzelfde gebleven?
"Enorm toegenomen. Toen Jac en ik in 2002 begonnen, werden onze sporters acht tot tien keer per jaar getest. Die testen werden destijds op Papendal uitgevoerd. Vanaf 2006 zijn we alle testen in eigen beheer gaan doen. Tegenwoordig zijn dat er per atleet veertig tot vijftig per jaar. Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen, is het belangrijk dat je op een frequente basis test. Ik moet wel zeggen dat we op dit moment een plateau hebben bereikt qua aantal testen per jaar. Jac en ik zijn ervan overtuigd dat we er niet meer nodig hebben. Dat wil echter niet zeggen dat de inhoud van de testen hetzelfde blijft. We zullen altijd blijven zoeken naar ander soort testen om nog beter grip te krijgen op de fysiologie van onze sporters. Door de grote hoeveelheid testen die wij jaarlijks afnemen, is het geweldig dat we samenwerken met het Nederlandse Sport Data Center (SDC), dat onderdeel is van de Universiteit van Leiden. Naast het feit dat we de kennis van hun wetenschappers gebruiken om te blijven leren en nog beter en sneller te worden, hebben we op bepaalde momenten ook hun rekencapaciteit nodig om alles zo optimaal mogelijk te kunnen verwerken."

Het moet een hele uitdaging zijn om jaarlijks zo veel testen bij al die atleten af te nemen.
"Ja, dat is het zeker. Het is ook niet iets wat je zomaar ‘even’ doet. Zoals ik aangaf, doen we veel testen in het laboratorium, maar ook tijdens trainingskampen en in aanloop naar wedstrijden voeren we regelmatig inspanningstesten uit. Onze testfietsen gaan dan ook de hele wereld over en omdat iedere plek anders is, komt er flink wat bij kijken. Iedere keer moet je ervoor zorgen dat de fiets op de juiste instellingen is afgesteld, dat hij goed gekalibreerd is en dat de protocollen up-to-date zijn. Vanwege de verschillende toernooien en trainingskampen in het buitenland moeten we in staat zijn om ons aan te passen aan iedere plek en iedere setting. Hoe lastig dat soms ook is."

Als je ieder jaar zo veel testen doet, zal er ook weleens één mislukken.
"Tuurlijk. Dat houd je altijd. Met de komst van de marathonploeg en de uitbreiding van de opleidingsploeg staan er soms wel twintig testen in één week ingepland. Als je jaarlijks zo veel testen doet, is het haast onmogelijk dat altijd alles perfect verloopt. Naast het feit dat het mensenwerk blijft, ben je ook afhankelijk van de apparatuur. Er kan altijd iets gebeuren, waardoor je niet de gewenste data uit een test haalt. Als dat gebeurt, is dat natuurlijk balen, maar we doen er als begeleidingsstaf in ieder geval alles aan om het aantal mislukte testen tot een minimum te beperken."

Gerelateerde updates