Inloggen
Vechten tegen de ‘bierkaai’

Vechten tegen de ‘bierkaai’

Dit blog had ik liever niet geschreven, niet nu ik 26 jaar oud ben en ik, volgens de ‘wijzen uit de wielerwereld’, in de bloei van mijn carrière had moeten zijn. Vorig jaar werd mijn groeicurve echter hard onderbroken nadat ik twee keer hard onderuitging.

Door Daan Olivier

Dit verhaal begint op 7 mei 2018, de dag waarop ik tijdens een rit door de Rocky’s hard ten val kwam. Meteen voelde ik dat er iets goed mis was. Mijn knie voelde niet goed en zowel lopen als fietsen bleek onmogelijk. Eenmaal thuisgekomen in Nederland bevestigde de radioloog mijn vermoedens. De knie zag er niet goed uit met een hoop inwendig letsel. Volgens de artsen mocht ik van geluk spreken dat ik een wielrenner was in plaats van een voetballer of hardloper. De orthopeed kon op dat moment niet aangeven of een volledig herstel mogelijk was. Ik was echter vastbesloten dat ik weer de oude kon en ging worden. De ploeg heeft me vanaf dat moment alle ruimte en support gegeven om te revalideren, het leek erop dat het herstel de goede kant op ging. Mijn doel was om zowel de knie, als de spieren er omheen, op te trainen zodat ik op de fiets geen belemmering in mijn prestaties zou ondervinden.

Echter pakten donkere wolken zich samen. Vanaf de eerstvolgende koers voelde ik dat er iets niet goed was. Sterker nog: tijdens de Ruta del Sol merkte ik dat de knie na vele malen hard aanzetten en op hoog vermogen rijden, en dat vooral meerdere dagen achter elkaar, begon op te spelen. Op dat moment verraste het me. De hele winter was ik, zowel in de sportschool als op de fiets, met specifieke oefeningen bezig geweest om de knie stabiel te krijgen. Ik was goed op weg, althans, dat dacht ik. De meeste trainingen gingen goed, sommige beter, sommige slechter. Op training evenaarde ik mijn vermogens van mijn ‘goede tijd’, ik was klaar voor het nieuwe seizoen. Uiteraard begon ik het seizoen, realiserend dat mijn prestaties van 2018 niet goed genoeg zouden zijn voor een toekomst bij Team Jumbo-Visma na dit seizoen, met de nodige spanning. Ik wilde vanaf de eerste koersen progressie tonen. Helaas deed mijn linkerknie, en daarmee ook mijn linkerbeen, onder wedstrijdbelasting totaal niet wat ik wilde. Een wedstrijdbelasting is moeilijk na te bootsen op training: ik sprint tijdens een training niet uit elke bocht en rijd niet volle bak iedere klim op. Na de Ruta del Sol probeerde ik positief te blijven en mezelf goed voor te bereiden op de Ronde van het Baskenland.

Olivier in de kleuren van het team

 / 

Echter pakten donkere wolken zich samen. Vanaf de eerstvolgende koers voelde ik dat er iets niet goed was. Sterker nog: tijdens de Ruta del Sol merkte ik dat de knie na vele malen hard aanzetten en op hoog vermogen rijden, en dat vooral meerdere dagen achter elkaar, begon op te spelen. Op dat moment verraste het me. De hele winter was ik, zowel in de sportschool als op de fiets, met specifieke oefeningen bezig geweest om de knie stabiel te krijgen. Ik was goed op weg, althans, dat dacht ik. De meeste trainingen gingen goed, sommige beter, sommige slechter. Op training evenaarde ik mijn vermogens van mijn ‘goede tijd’, ik was klaar voor het nieuwe seizoen. Uiteraard begon ik het seizoen, realiserend dat mijn prestaties van 2018 niet goed genoeg zouden zijn voor een toekomst bij Team Jumbo-Visma na dit seizoen, met de nodige spanning. Ik wilde vanaf de eerste koersen progressie tonen. Helaas deed mijn linkerknie, en daarmee ook mijn linkerbeen, onder wedstrijdbelasting totaal niet wat ik wilde. Een wedstrijdbelasting is moeilijk na te bootsen op training: ik sprint tijdens een training niet uit elke bocht en rijd niet volle bak iedere klim op. Na de Ruta del Sol probeerde ik positief te blijven en mezelf goed voor te bereiden op de Ronde van het Baskenland.

Het werd er niet beter op. Tijdens de eerste etappe van de Ronde van het Baskenland voelde ik dat de klachten waren verergerd. Tijdens een tienkilometerlange tijdrit werd zowel ik, als de buitenwereld, geconfronteerd met de ernst van de blessure. Op een steile klim blokkeerde mijn linkerbeen en stond ik te voet. Strompelend kwam ik boven, nog niet beseffend wat er zojuist was gebeurd. De klim was extreem stijl en op het moment dat ik tijdens de laatste honderd meter op de pedalen ging staan, voelde mijn linkerknie instabiel en kreeg ik een acuut gevoel van machteloosheid, mezelf direct realiserend dat ik de top fietsend niet ging halen. Mijn benen voelden niet verzuurd, maar eerder geblokkeerd. Van het ene op het andere moment blokkeerde het. In de afdaling zakte ik tijdens het accelereren uit een bocht nog een aantal keer door mijn been. Vervolgens heb ik kruipend de finish bereikt. De volgende dagen werd het er niet beter op, de klachten kwamen terug bij de minste of geringste inspanning.

Tijdens de vierde etappe werd het teveel. Na acht kilometer koers werd ik uit het wiel gereden. Nadat ik dertig kilometer tussen de auto’s had gereden en terug was gekomen, werd ik opnieuw gelost op een kort klimmetje terwijl er ‘controle’ was in het peloton. Ik ben nooit meer teruggekomen en moest na zeventig kilometer koers in de bezemwagen stappen. In een dagelijks gesprek met de ploegleiding en de dokter kreeg ik na iedere etappe de vrijheid om zelf te besluiten of ik wilde doorgaan. Ik was vastbesloten om door te gaan tot het bittere eind. Zo voelde dat dus, mijn eerste keer in een bezemwagen. Had ik hiervoor zo hard getraind? Fysiek voelde ik me goed, ik reed hoge vermogens en had zin om te koersen. Misschien maakte dit het mentaal nog wel zwaarder om er op elk klimmetje ‘afgeschoten’ te worden. Wielrennen kan mooi, maar ook hard en eerlijk zijn. Hard werken is mooi, maar niet wanneer ik er niets voor terugkrijg.

Mijn knie heeft sinds de valpartij altijd vreemd aangevoeld. Het van de trap aflopen of het maken van een lange wandeling ging soms niet. Fietsen is altijd de beste beweging geweest en dat is het nog steeds, alleen niet op hoge vermogens. Nu ben ik tot het besef gekomen dat ik de afgelopen maanden een ‘gevecht tegen de bierkaai’ heb gevoerd. De blessure blijkt verergerd en bepaalde ligamenten in de knie zijn erop achteruitgegaan. Dit alle revalidatie ten spijt: het heeft me niks opgeleverd. Stoppen in het Baskenland was vervelend, maar het feit dat ik, door aanhoudend blessureleed, moet stoppen met wielrennen doet pijn en is onwerkelijk.

Het wielrennen heeft me veel gebracht: ik heb een aantal van de mooiste koersen gereden, heb mogen werken met een team van professionals en liefhebbers, heb deel uit mogen maken van een almaar groeiend Team Jumbo-Visma en ik heb de halve wereld over gereisd. Deze ervaringen zal ik nooit vergeten en ik ben dankbaar voor het feit dat ik elf jaar lang een onderdeel van de wielerwereld heb mogen zijn. Ik ben opgegroeid met het idee dat men door hard te werken alles kan bereiken, mits je er enige aanleg voor hebt. Het is lastig te beseffen dat ik momenteel het lichaam niet meer heb om professioneel wielrenner te zijn. Daarnaast besef ik: het leven houdt niet op! De wereld heeft zoveel meer te bieden dan wielrennen. Er liggen nieuwe doelen in het verschiet, zoals het behalen van mijn bachelor Bestuurskunde. Eerst ga ik een maand reizen om er met frisse moed tegenaan te gaan.

Bij dezen wil ik iedereen bedanken voor de support, het doet me veel. Van zowel de staf als de renners van Team Jumbo-Visma heb ik een hoop steun gehad, waarvoor dank. Voor beide partijen is dit geen fijne situatie. De ploeg heeft mij tot het laatste moment volop ondersteund en doet dit vandaag de dag nog.

Sommige mensen denken misschien dat ik ‘het gevecht heb opgegeven’. Tegen hen wil ik zeggen: “Kijk jezelf recht aan in de spiegel, ben eerlijk tegen jezelf en vraag jezelf af of het almaar door blijven revalideren, maar ondertussen achteruitgaan zin heeft of een nutteloos gevecht is”. Uiteindelijk ben ik van mening dat alle effort op een bepaalde manier moet renderen, anders is het leven als topsporter niet houdbaar. Uiteindelijk draait het leven om geluk, het wielrennen heeft me daarvan een hoop gebracht.

Ook in mijn nieuwe leven zal ik blijven schrijven en mijn blog updaten met nieuwe verhalen. Soms over het wielrennen, soms over het studentenleven en soms over andere, voor mij, relevante zaken. Waaronder duurzaamheid en de transitie naar een duurzame toekomst. Niet alleen een transitie die we als beschaving moeten maken, maar ook één waar ik zelf aan moet geloven!

Spreek jullie snel!

Daan

Gerelateerde updates

De eerste Giro-week van Koen en Addy

Beluister de mooiste verhalen vanuit het hart van onze ploeg in onze nieuwe #everydayriding podcast

Beluister hier

Food Friday – Pasta di Giro

In deze eerste Food Friday nemen we je mee naar Italië, het land van pasta. Het komt goed uit dat wij hier nu zitten, want onze renners hebben tijdens de Giro d’Italia volop behoefte aan koolhydraten.

Lees meer

De Giro en kopman Roglic

Beluister de mooiste verhalen vanuit het hart van onze ploeg in onze nieuwe #everydayriding podcast

Beluister hier
 /